Verhaal uit de praktijk: Rouwen

 

‘Na een jaar moet het rouwen over zijn. Dan heb je alle fases al een keer doorgemaakt.’ Die uitspraak hoor ik vaak, maar dat is niet de werkelijkheid. Als ik rouwende mensen spreek, hoor ik dat het eerste jaar natuurlijk heel moeilijk is. Maar het tweede jaar is moeilijker, want dan neemt de aandacht van de omgeving af. Dan mag er bij wijze van spreken niet meer gehuild worden.


Dat soort denkbeelden wordt in families doorgegeven van generatie op generatie, als zijnde de waarheid. In mijn praktijk zie ik hoe dat nabestaanden beschadigt.

Ik merk dat, in mijn ogen het ouderwetse model, van psychiater Elisabeth Kübler-Ross nog steeds voor rouwverwerking wordt gebruikt. Zij is de grondlegster van het denken over rouwverwerking, en heeft zichtbaar gemaakt dat rouwen een proces is. Maar hoe dat proces volgens haar in elkaar steekt, is inmiddels achterhaald. Zij meende dat een rouwproces volgens een vast patroon verloopt en ook weer eindigt. De rouwende gaat van ontkenning naar woede, via onderhandeling naar depressie, eindigend in aanvaarding.

Er is de afgelopen 20 jaar veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar rouw. Maggie Stroebe ontwikkelde op grond daarvan het ‘duale procesmodel.’ Dit model gaat niet meer uit van fasen of taken, maar spreekt van ‘van twee werkelijkheden die aandacht vragen in een rouwproces: 1. de rouwende is een dierbaar iemand verloren en moet daarin een weg zien te vinden, en 2. tegelijkertijd is er het eigen leven, dat verder moet gaan. Het evenwicht tussen die twee is van belang. Maggie Stroebe stelt dat gezond rouwen het heen en weer bewegen is tussen verliesgerichtheid en herstelgerichtheid.

Je herstelt niet meer van verlies, je verandert

Zolang die beweging er is, tussen lachen en huilen, gaat het eigenlijk goed. Je hebt het allebei nodig om vooruit te komen in het leven. Maar het woord 'herstelgericht' ergert mij. Want daardoor denken mensen dat alles weer zoals vanouds wordt ‘als ze herstellen.’ En dat is niet zo. Je herstelt niet meer, maar je verandert. Door het verlies krijgt je leven een nieuwe vorm, of zoals Johan Maes, psychotherapeut en rouwtherapeut, het zo mooi beschrijft: als een vaas kapot valt en je lijmt hem, zie je altijd nog waar de scheurtjes hebben gezeten. In zijn Integratieve model uit 2007 beschrijft hij rouwen als een persoonlijk en uniek proces, zonder handleiding en zonder tijdsduur. De kern is: rouw raakt het hele wezen van de rouwende. Dat inzicht is belangrijk, omdat mensen snel een oordeel hebben over hoe een ander rouwt.

Nu moet het maar eens afgelopen zijn

Oudere mensen hoor ik vaak zeggen: ‘nu moet het maar eens afgelopen zijn met dat gehuil.’ Maar ik zie dat als zij oude verliezen die niet goed hebben verwerkt of besproken, deze altijd weer boven komen.

Ooit begeleidde ik een oudere dame die haar man heel erg miste. Na de begrafenis had ze alle spullen van haar man direct opgeruimd. Want anders had ze daar maar last van. Althans, dat was haar aangepraat.

Ze belde mij met de vraag of ik nog eens langs kom? Ik kwam binnen en vroeg: maar waar is uw man eigenlijk? Zij zei: mijn man is dood. ‘Nee,’ zei ik, ‘uw man is niet dood, hij leeft voort in uw hart. Maar waar is hij nu?’ Ze begreep me niet. Ik deed het bewust. Ik vroeg: ‘waarom zet u niet een mooie foto neer van uw man? Iedere avond voordat u naar bed gaat maakt u nog even een praatje met hem. U geeft hem een kus en daarna gaat u lekker slapen. En als u weer wakker wordt zegt u: goedemorgen, daar ben ik weer. Hij mag gewoon in uw leven zijn. Daar is hij altijd geweest.’

Tot op de dag van vandaag doet ze dat. Eigenlijk hebben we hem weer teruggehaald in haar leven. Dat voelde voor haar als een opluchting. Mijn man mag blijven, hij hoeft niet weg. Ik hoef niets ‘af te sluiten.’