BGNU verheugd over D66-plan Uitvaartwet

 

BGNU is verheugd te vernemen dat D66 een aantal BGNU-wensen ten aanzien van de evaluatie van de Wet op de lijkbezorging heeft overgenomen. Kamerlid Monica den Boer zette het standpunt van D66 uiteen in een artikel in dagblad Trouw op 12 november 2018.

Naar aanleiding hiervan vertelde BGNU-voorzitter Paul Koeslag aan Ghislaine Plag van NPO 1  (rond 10.55 uur) het BGNU-standpunt over o.a. innovatieve vormen van lijkbezorging. 

BGNU ziet in de samenleving belangstelling ontstaan voor nieuwe ontwikkelingen voor de uitvaart, zoals composteren, cryomeren, ecoleren en resomeren; vormen die binnen de huidige wetgeving nog niet zijn toegestaan. Er is daarnaast belangstelling om deze vormen aan te bieden aan de consument. BGNU vindt daarom dat de Uitvaartwet opengesteld moet worden voor vrijheid van ondernemen, tenzij anderen er last van hebben.

Ook stelt BGNU vast dat D66 wil meegaan in de wens om de wachttijd, alvorens iemand te mogen begraven of cremeren, te verkorten; zeker als die wens vanuit religieuze redenen is ingegeven. Hetzelfde geldt voor de bewaartermijn van crematie-as. Crematoria moeten momenteel de as één maand bewaren, voordat die aan de nabestaanden overhandigd of verstrooid mag worden.  

BGNU heeft er vertrouwen in dat de Minister van Binnenlandse Zaken, die binnenkort een brief over de evaluatie van de Wet op de lijkbezorging naar de Tweede Kamer zal sturen, rekening zal houden met deze wensen. Daarnaast vindt BGNU het ook belangrijk dat het Keurmerk Uitvaartzorg en het beroepsregister van de branche officieel als kwaliteitsonderscheiding worden erkend. 

20181115 Bgnu Overhandigt Standpunt Wet Op De Lijkbezorging Aan Harry Van Der Molen En Joba Van Den Berg Cda Tweede Kamerleden

BGNU heeft haar standpunt ten aanzien van de evaluatie van de Wet op de lijkbezorging verwoord in een position paper, die op donderdag 15 november 2018 werd overhandigd aan de CDA Tweede Kamerleden Joba van den Berg en Harry van der Molen. BGNU heeft bij die gelegenheid benadrukt dat de professionalisering van de uitvaartbranche de aandacht van de wetgever verdient.