Uitvaarten in coronatijd: do’s en don’ts

 

In het belang van de rouwverwerking bij nabestaanden gelden er bij uitvaarten uitzonderingen op de algemene coronamaatregelen. Dat laat onverlet dat het ook bij alle contacten rond een overlijden en een uitvaart zeer belangrijk is om 1,5 meter afstand te bewaren.

20200401 BGNU Uitvaarten in coronatijd Dos en donts voor de uitvaartzorg

Juist nu is het belangrijk nabestaanden extra te ondersteunen. De uitvaartverzorger weet wat niet kan, maar zoekt graag de mogelijkheden van wat juist nu wel kan. Dit kan op allerlei manieren, ook binnen de regels van het RIVM. Een extra detail, een extra gebaar maakt een wereld van verschil voor nabestaanden. Dat kan bij het opbaren, tijdens een uitvaart, door livestreaming, foto’s of filmopnames te maken maar ook wellicht achteraf in een latere herdenkbijeenkomst. Als nabestaanden terugkijken op een uitvaart, dan zouden ze moeten denken: ja, dat was zwaar en heftig, maar wat heeft die uitvaartverzorger dat goed opgepakt voor ons, we voelden ons gesteund.

Risico op besmetting

Het coronavirus wordt vooral overgedragen door hoesten en niezen. Het virus verspreidt zich via kleine druppeltjes uit de neus en mond van iemand die ziek is. Hoewel een virus altijd een mens of dier nodig heeft om ‘in leven te blijven’, kan het ook voor een bepaalde periode buiten het lichaam overleven.

Overledene

Na overlijden is een lichaam zo goed als niet meer besmettelijk. Het kan bij andere lichamen gekoeld worden, er mag thuis worden opgebaard en naasten kunnen afscheid nemen. U neemt de beschermingsmaatregelen die u altijd moet nemen, met name bij de verzorging en het overbrengen.

Via materialen

Het virus kan worden overgedragen als een besmet persoon bijvoorbeeld boven een pen niest, een ander deze pen ook aanraakt en vervolgens met de handen zijn gezicht aanraakt. Afhankelijk van het type oppervlak, de temperatuur en de luchtvochtigheid, kan het virus enkele uren tot enkele dagen besmettelijk blijven. Het is daarom belangrijk ook deze manier van overdracht te stoppen en oppervlakken en spullen die worden aangeraakt – door mogelijk besmette personen – goed schoon te maken. Dit kan met gewone huishoudelijke schoonmaakmiddelen.

Richtlijnen

  • Bij een uitvaartplechtigheid en condoleance die op dezelfde locatie plaatsvinden, mogen 100 personen (inclusief kinderen tot en met 12 jaar en exclusief medewerkers) aanwezig zijn mits anderhalve meter afstand in acht wordt genomen. 
  • Aanwezigen bewaren 1,5 meter afstand van elkaar, uitgezonderd leden uit hetzelfde huishouden, kinderen, en jongeren tot 18 jaar onderling (die kunnen wel naast elkaar zitten, staan en elkaar omhelzen).
  • Vanaf 1 juni 2020 mogen uitvaartcentra de condoleance weer aanbieden.
  • Als de condoleance plaatsvindt op een andere locatie dan de uitvaartplechtigheid geldt de maximale groepsgrootte van 30 personen voor samenkomsten binnen. Ook mag dan geen hapje en drankje worden geserveerd.
  • Mensen die ziekteverschijnselen vertonen, die kunnen duiden op coronabesmetting, worden geweerd.
  • Eerstegraads nabestaanden met weinig klachten (geen koorts en niet hoesten) kunnen de uitvaart bijwonen mits zij een chirurgisch mondneusmasker dragen. (zie RIVM-site)
  • Zorg voor voldoende papieren zakdoekjes en afvalbakjes om ze na gebruik daar in weg te kunnen gooien.
  • Na een plechtigheid hoeven alleen contactoppervlakken die in aanraking met aanwezigen zijn geweest gereinigd te worden, zoals stoelen en het sanitair. 

Mondkapjes

20201130 BGNU Mondkapjes bij bezoek van uitvaart Draag een mondkapje als u niet zit

De verplichting om vanaf 1 december 2020 een mondmasker te dragen in publieke binnenruimtes geldt ook bij uitvaartplechtigheden. Crematoria en uitvaartcentra zijn deels ook publieke binnenruimtes.

Voor sommige groepen gelden uitzonderingen op de mondkapjesplicht. U leest daar meer over in de kennisbank van BGNU.

Uitvaartcentra bestaan in de indeling van de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 (Twm) uit verschillende soorten ruimten, zowel publieke als besloten ruimten. De aula en foyer, waar bij elke uitvaart weer een nieuwe groep mensen aanwezig is, waarbij van tevoren niet altijd vaststaat wie er aanwezig zullen zijn, wordt beschouwd als een publieke ruimte. Daarvoor geldt een mondkapjesplicht.

Zodra de bezoekers een vaste zitplaats hebben (met in achtneming van de veilige afstand) kan het mondkapje af. Dat is in ieder geval tijdens de uitvaartplechtigheid en/of bij de condoleance.

Maar staat men op - om bijvoorbeeld:

  • van de aula naar de condoleance ruimte te gaan of
  • voor toiletbezoek of
  • naar de garderobe te gaan

dan moeten neus en mond weer bedekt worden met een mondkapje.

Uitvaartcentra zijn uitgezonderd van de horecasluiting

De uitvaartplechtigheid en de condoleance vinden op één locatie plaats om verplaatsingen te beperken. De condoleance na de uitvaartplechtigheid blijft dus mogelijk. In de condoleanceruimte dienen de bezoekers en nabestaanden een zitplaats te krijgen.
Uit navraag bij het ministerie van BZK blijkt dat in een dorpshuis of kerk waar een besloten uitvaartplechtigheid plaatsvindt ook een condoleancegelegenheid aangeboden kan worden. Deze ruime interpretatie geldt niet voor locaties die primair op horeca gericht zijn (die zijn conform de verscherpte maatregelen gesloten).

    Bestuursteam coronavirus

    De branche heeft een bestuursteam coronavirus ingesteld (bestaande uit BGNU, Nardus, LVC, LOB en VTU) dat de richtlijnen van overheid en RIVM vertaalt naar de uitvaartbranche. De algemene adviezen van het bestuursteam coronavirus vindt u hier.

    Het bestuursteam coronavirus adviseert dringend om geen besmette mensen bij uitvaartplechtigheden toe te laten. Eventueel kan voor hen wel een apart afscheidsmoment georganiseerd worden (uiteraard met gebruik van beschermingsmiddelen).

    Hieronder leest u adviezen voor verschillende onderdelen van het uitvaartproces. Daarna beantwoorden we enkele veelgestelde vragen. Alle informatie wordt steeds geactualiseerd volgens de laatste aanwijzingen van overheid en RIVM.

    Bij een melding

    De uitvaart kan bij nabestaanden thuis besproken worden, maar dat is gezien de regel t.a.v. thuisbezoek niet altijd wenselijk. Geadviseerd wordt om in het geval van een thuisbespreking eerst een gezondheidscheck van de nabestaanden te doen, en uit te leggen waarom dit wordt gedaan. Een alternatief is de bespreking op een locatie van de uitvaartonderneming te doen. Natuurlijk kunnen uitvaarten ook nog telefonisch of online (beeld/videobellen via Skype, Zoom, Teams, Google Hangouts etc) geregeld worden. De gemaakte afspraken bevestigt u dan per e-mail waarbij u de opdrachtgever vraagt deze mail voor akkoord te bevestigen.

    Gezondheidscheck
    Bij een overlijdensmelding vraagt u of er aanwezigen zijn die koorts hebben, zich grieperig voelen of verkouden zijn of veel hoesten en/of niezen.
    U kunt daarbij aangeven waarom u dit vraagt:
    Iedereen in Nederland heeft de verantwoordelijkheid om besmetting met Covid-19 te vertragen door sociale onthouding en contact te mijden met mensen met ziekteverschijnselen die op besmetting met het coronavirus kunnen wijzen. Ook u en uw medewerkers willen daaraan een bijdrage leveren. Het werk in de uitvaartbranche moet - net als in de zorg - door kunnen gaan. Voorzichtigheid is geboden en daarom moeten u en uw medewerkers elke keer deze vragen aan de nabestaanden stellen om het risico zo veel mogelijk te beperken.

    Verzorgen en opbaren

    Ophalen en overbrengen uit thuissituatie

    • Verzoek alle aanwezigen om 1,5 meter afstand van u te nemen en ga zonder nabestaanden naar de ruimte waar de overledene ligt;
    • Is dat niet mogelijk of wensen nabestaanden betrokken te worden: vraag hen dan een mondkapje te dragen.
    • Reinig direct uw handen met desinfecterende handgel.

    Verzorgen van de overledene

    • Nabestaanden kunnen weer helpen met de laatste verzorging, mits zij een mondkapje dragen;
    • Maak het gezicht en de handen van de overledene extra goed schoon zodat nabestaanden die veilig aan kunnen raken.

    Ritueel bewassen

    • De bewassing kan door nabestaanden gedaan worden, mits zij een mondkapje dragen.
    • Nabestaanden zonder mondkapje kunnen in de bewassingsruimte worden toegelaten als er voldoende ruimte is om 1,5 meter afstand van elkaar te houden. In de praktijk zal het erop neer komen dat men per toerbeurt de bewassingsruimte kan ingaan.

    Thuisopbaring

    Het RIVM vermeldt op de website dat thuisopbaren mogelijk is, zowel in een open als een gesloten kist, als met een bedkoeling op bed. Zie hiervoor deze link.

    24-uurkamers

    Nabestaanden kunnen gebruik maken van 24-uurskamers. Professionals gaan deze kamers niet binnen als nabestaanden aanwezig zijn.

    Plechtigheden, crematorium en begraafplaats

    Crematoria en begraafplaatsen volgen de richtlijnen van het RIVM strikt op. Zij hebben autonome bevoegdheid en kunnen hun eigen aanvullende beslissingen hierin nemen. Zie voor meer informatie de websites van LOB, LVC en Nardus.

    Dragen en begeleiden overledene

    Bij het dragen of begeleiden van de kist moet anderhalve meter afstand worden bewaard (behalve als het leden uit één huishouden betreft). In de praktijk kunnen vier nabestaanden wél een rijdende baar begeleiden. Als zij de kist zelf in de rouwauto willen tillen, zal de chauffeur niet (fysiek) helpen, maar dit wel met instructies kunnen ondersteunen. Dit geldt ook voor een begraafplaatsbeheerder bij het op het graf zetten en laten dalen.

    Voor dit laatste heeft een graflift momenteel de voorkeur. Eventueel kan met touwen gedaald worden: als het kan met vier personen, als het moet met zes.

    Professionele dragers kunnen wel met zes personen komen, maar nemen ook de anderhalve meter afstand in acht en lopen daarom niet alleen naast, maar ook voor en achter de kist.

    Cruciaal beroep

    Alle professionals in de primaire uitvaartbranche behoren officieel tot de cruciale beroepsgroepen en kunnen gebruik maken van de kinderopvangregeling voor die beroepsgroepen. Voor toeleveranciers geldt een aanpak op maat: bij dreigende tekorten (bijvoorbeeld van kisten) vallen zij onder de cruciale beroepen.

    Waar het gaat om het testen van medewerkers op Covid-19 ziet het Ministerie van VWS de uitvaartzorg niet als een kritische zorgfunctie. Op 6 april liet het Ministerie de branche weten:
    We begrijpen dat continuïteit van de uitvaartsector van belang is. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de cruciale beroepen en de kritische zorgfuncties in relatie tot het testbeleid. Ik heb het RIVM gevraagd om een reactie op uw vraag. Het RIVM geeft aan: ‘De uitvaartbranche valt niet onder de kritische zorgfuncties. Als de continuïteit van de uitvaartzorg in algemene zin echter onder druk komt te staan door thuiszittend personeel, dan horen we dat graag en zullen we dat mee-overwegen in toekomstige overwegingen bij het testbeleid.’

    Tot slot

    BGNU staat in nauw contact met RIVM en BZK zodat nieuwe of aanvullende informatie direct aan u kan worden doorgegeven.
    Lees hieronder onze corona-Q&A’s voor antwoorden op veelgestelde vragen. Vragen kunt u stellen via info@bgnu.nl of telefonisch.

    Update:  30 april 2021


    Verzorging en koeling van de overledene

    Wanneer iemand die (vermoedelijk) aan corona is overleden wordt overgebracht naar een uitvaartcentrum om daar verzorgd te worden, is het niet nodig daarvoor een bodybag te gebruiken. Als iemand in een ziekenhuis of verpleeghuis als gevolg van een coronabesmetting is overleden, wordt vanuit de instelling als voorzorgsmaatregel vaak een bodybag gebruikt, maar navraag bij het RIVM heeft geleerd dat er voor het gebruik van bodybags in geval van corona geen indicatie is.

    Het ophalen van een overledene in een ziekenhuis of verpleeg- of verzorgingsinstelling kan op de gebruikelijke manier plaatsvinden. Om te voorkomen dat de vervoersmedewerkers via de overledene aan het coronavirus worden blootgesteld, zijn het dragen van handschoenen en een schort met lange mouwen voldoende.

    Verder moeten de aanwijzingen van een instelling, bijvoorbeeld bij het betreden van een cohort, worden opgevolgd. Het kan dan zijn dat dat betekent dat er aanvullende beschermingsmiddelen moeten worden gebruikt, maar dat is met het oog op de levenden, niet de doden.

    Nee, dat is absoluut niet nodig. Een overleden persoon is zo goed als niet meer besmettelijk. De gebruikelijke voorzorgsmaatregelen om zelf niet besmet te worden volstaan. Het RIVM vindt het gebruik van een veiligheidsbril en mondneusmasker niet noodzakelijk, wel dat van een schort met lange mouwen en handschoenen.

    Ja. Een overleden persoon is zo goed als niet meer besmettelijk.

    Het is belangrijk om handhygiëne uit te voeren na elk contact met de overledene, na het verwijderen van persoonlijke beschermingsmiddelen en na verplaatsing en vervoer van de overledene. Klik hier voor de instructies voor het goed uitvoeren van handhygiëne.

    Draag tijdens de verzorging een schort met lange mouwen en handschoenen. Het dragen van een veiligheidsbril en mondneusmasker is niet nodig. Trek eerst het schort aan en dan de handschoenen, over de manchetten van de mouwen. Bij het uitrekken is de volgorde andersom: eerst de handschoenen uitdoen, daarna handhygiëne toepassen, dan het schort uittrekken en vervolgens weer handhygiëne toepassen.

    Opbaren

    Ja. Een overleden persoon is zo goed als niet meer besmettelijk.

    Nee, de overledene mag zowel thuis als in het uitvaartcentrum opgebaard worden. De kist mag zowel open als dicht.

    Nadat de overledene verzorgd is, zijn er geen beperkingen aan het contact van de nabestaanden met de overledene. Net als anders, wordt goede handhygiëne daarna geadviseerd.

    Ja, voor werk mogen meerdere mensen in huis komen. De overledene kan dus thuis opgebaard worden. Afscheid nemen van de overledene in de thuissituatie kan - in verband met het maximumaantal personen dat thuis ontvangen mag worden - alleen door de bewoners van dat huis, plus twee andere personen per dag.

    Nee. In de thuissituatie mogen vanaf 28 april 2021 per dag maar twee personen ontvangen worden. Een condoleance is dus niet mogelijk.

    Nee, een 24-uurskamer wordt gezien als het verlengde van de thuissituatie: dus maximaal 1 bezoeker van buiten het gezin dat de sleutel heeft, per dag.

    Uitvaartplechtigheid en condoleance

    Dat kan. Om risico’s op besmetting zoveel mogelijk te voorkomen, vraagt u om dit te doen met een eigen pen, of u reikt (met handschoenen) een pen aan die u na gebruik schoonmaakt met een schoonmaak- of desinfectiemiddel.

    Het volstaat om datgene te reinigen dat is aangeraakt: de stoelen en de toiletten.

    Nee, voor besmette mensen geldt een verplichte quarantaine. Het RIVM maakt sinds 30 maart een uitzondering voor eerstegraads nabestaanden: als hun gezondheidstoestand het toelaat en zij weinig klachten hebben (geen koorts en niet hoesten), kunnen zij met een chirurgisch mondneusmasker aanwezig zijn. 

    Het bestuursteam coronavirus adviseert dringend om geen besmette mensen bij uitvaartplechtigheden toe te laten. Eventueel kan voor hen wel een apart afscheidsmoment georganiseerd worden (uiteraard met gebruik van beschermingsmiddelen).

    Als mensen niet sniffen uit verdriet, maar hoesten, niezen of snotteren vanuit een vermoedelijke verkoudheid of griep vraagt u ze of ze ook koorts hebben. In dat geval kunt u hen verzoeken vanwege het besmettingsgevaar de uitvaartplechtigheid te verlaten. U zorgt ook dat er voldoende papieren zakdoekjes of tissues aanwezig zijn en dat er een prullenbak is waar deze in weggegooid kunnen worden.

    Voor kinderen geldt altijd dat ze voor een goede rouw eerlijk antwoord krijgen op gestelde (en onderliggende) vragen, op een abstractieniveau dat past bij hun leeftijd. Riet Fiddelaers attendeerde ons op de tool die ontwikkeld is om kinderen voor te lichten en waarnaar door de Belgische overheid en door DELA-België verwezen wordt.

    Met zes personen dragen – uit verschillende gezinnen - is niet verstandig, want je kunt dan geen 1,5 meter afstand bewaren. In dat geval wordt het gebruik van mondkapjes geadviseerd. Wat wel (zonder mondkapje) kan is met vier personen een rollende baar begeleiden.

    Er is niets tegen het gebruik van wijwater door een voorganger. Het gebruik van wijwater bij de ingang van de kerk (een bakje waarin men kort de vingers doopt) is nu af te raden.

    Vanaf 1 juni 2020 worden uitvaartmedewerkers, musici, voorgangers, etc. niet meer meegeteld voor het maximaal aantal aanwezigen.  Als zij onderling anderhalve meter afstand houden, is musiceren mogelijk. 

    Gemeenten en veiligheidsregio’s geven invulling aan de landelijke aanwijzingen om de Coronacrisis te bestrijden. Of een erehaag is toegestaan wordt bepaald door de afzonderlijke gemeenten en veiligheidsregio’s

    BGNU adviseert om per gemeente na te gaan welk beleid aldaar is vastgesteld en wat dus wel en niet is toegestaan.

    Voor horeca geldt dat bezoekers gevraagd moet worden contactgegevens achter te laten voor bron- en contactonderzoek door de GGD. Dat geldt ook voor horeca in uitvaartcentra en crematoria. Uit praktische overwegingen wordt het verzoek om contactgegevens te noteren veelal voorafgaand aan de uitvaartplechtigheid gedaan. 

    Ja, daarvoor gelden de algemene regels voor binnenruimten:
    - maximaal 30 personen (inclusief kinderen, exclusief personeel) als de grootte van de ruimte dat toelaat,
    - er is van te voren bekend wie er aanwezig zijn,
    - er is een gezondheidscheck gedaan,
    - en iedereen heeft zoveel mogelijk een vaste zitplaats.

    Na de uitvaart

    Crematie-as mag, volgens de wet, één maand na de crematie aan de opdrachtgever overhandigd worden. Die regel geldt ook nu, maar crematoria kunnen opdrachtgevers vragen om het ophalen van de as uit te stellen. Zij doen dat in verband met de huidige bijzondere situatie (waardoor er vaak een groot aantal crematieplechtigheden is en een beperkte personele bezetting), waardoor zij prioriteiten moeten stellen.

    Nee. De uitzondering die de overheid voor uitvaarten maakt op de algemene regels ten aanzien van het aantal mensen dat bij elkaar mag komen, geldt alleen voor de uitvaartplechtigheid. Andere ceremoniële of herinneringsmomenten vallen daar niet onder.