Eerste workshop duurzame inzetbaarheid

BGNU organiseert speciaal voor haar leden kennis intensieve workshops duurzame inzetbaarheid. Gezondheid, vitaal vakmanschap, (nieuwe) competenties, mobiliteit en taakontwerp zijn de centrale thema's die in de workshops worden uitgediept.

Definitie duurzame inzetbaarheid

Jos Sanders gaf de volgende definitie van duurzame inzetbaarheid: “Duurzame inzetbaarheid betekent dat werknemers in hun arbeidsleven doorlopend over realiseerbare mogelijkheden en voorwaarden beschikken om in huidig én toekomstig werk met behoud van gezondheid te functioneren. Dit betekent een werkcontext die hen hiertoe in staat stelt, evenals de houding en motivatie om mogelijkheden te benutten”. Uit deze definitie blijkt dat werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een gezonde loopbaan.

Onderzoeksuitkomsten in de uitvaartbranche

TNO heeft onderzoek gedaan naar duurzame inzetbaarheid onder werknemers in de uitvaartbranche. Hieruit blijkt dat werknemers graag langer willen doorwerken, maar tegelijkertijd weinig aan scholing doen. Het onderzoek laat duidelijk risico's zien voor de duurzaamheid van hun inzetbaarheid. Relatief vaak geven werknemers uit de branche aan het bewaken van de balans tussen werk en privé en de fysieke en psycho-sociale belasting als zwaar te beoordelen.  

Sanders zegt naar aanleiding van dit onderzoek: “De uitkomsten van het onderzoek indiceren het idee van een ‘baan voor het leven’ bij de huidige werkgever en in de huidige baan. Maar kan dat ook?” In zijn ogen zijn er risico's waar het gaat om de zwaarte van het beroep (gezondheid) en de geringe scholingsaanvragen. Hij wees in dit verband op de laaggeschoolde werknemers bij het failliete V&D. Eenmaal werkloos werd pas duidelijk hoe groot de afstand van deze werknemers tot de arbeidsmarkt was.

Veel vragen en discussie

Zijn presentatie onder de veelzeggende titel ‘Blijven werken aan (je) waarde’ riep bij de aanwezigen veel vragen en discussie op. Want hoe staat het met de werknemers in de uitvaartbranche? Kunnen zij moeiteloos instromen in ‘de baan van morgen’? Wat is die baan eigenlijk? Weten uitvaartondernemers welke kant het op gaat en welke competenties en welke nieuwe kennis hun werknemers nodig hebben? En wat moet er gebeuren om te voorkomen dat er een mismatch ontstaat tussen wat een werknemer in huis heeft en wat er van hem/haar gevraagd wordt?

De werknemers in de algemene dienst zijn over het algemeen laaggeschoold. Is het mogelijk hen intern te laten doorstromen naar een administratieve functie? En zijn er in de branche creatieve ideeën om de mensen breder inzetbaar te maken? Zodat we het eerder genoemde “V&D-debacle” voorkomen?

Al met al heel veel vragen die in de volgende workshops worden uitgewerkt. De volgende vier hoofdthema’s werden aan het slot van de eerste workshop geïnventariseerd:

  • Gezondheid
    Optimale flexibiliteit: roosteren, beschikbaarheidsdiensten, leegloopuren
    Technologie en robotisering
  • Ontwikkeling
    Vitaal vakmanschap
    Toekomst, dienstenpakken en (nieuwe) competenties
  • Mobiliteit
    Uitlenen aan andere branches?
    Fit voor definitieve instroom andere branche
  • Taakontwerp
    Jobcrafting e.d.; demotie

De werkgroepleden (Mariëtte Blaas, Wim Spaans, Alex de Boer, Ronald de kanter en Heidi van Haastert) buigen zich over deze onderwerpen en komen met een voorstel voor de invulling van de volgende workshop. Uiteraard staan wij open voor suggesties. Dus kom met ideeën!!

BGNU bedankt gastheer Pierre van Kooten van Barbara Uitvaartverzorging in Utrecht voor de uitstekende ontvangst van onze deelnemers. De 1e workshop vond plaats op 9 november 2016. 

Reageer naar Heidi van Haastert: h.van.haastert@bgnu.nl of bel 06 82.15.82.90

BGNU Workshop DI Uitvaartbranche 3 BGNU Workshop DI Uitvaartbranche 1 BGNU Workshop DI Uitvaartbranche 2