Draagvlak resomeren: samenvatting rapport BiZa

Nederland kent drie toegestane vormen van lijkbezorging: begraven, crematie en ter beschikking stellen aan de wetenschap. De Tweede Kamer verzocht de minister van Binnenlandse Zaken een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar het maatschappelijk draagvlak voor het toestaan van alternatieve vormen van lijkbezorging, zoals resomeren. Hieronder geven wij de belangrijkste conclusies uit het rapport van februari 2017 weer.

Onbekend

Resomeren is in Nederland nog grotendeels onbekend. Als mensen erover geïnformeerd worden, reageren ze uiteenlopend, maar de groep die er positieve associaties bij heeft, is dan iets groter dan die met negatieve. Een aanzienlijk deel van de mensen staat er neutraal tegenover.

Resomeren als lijkbezorging

Bijna een kwart van de mensen zegt resomeren in overweging te nemen als methode van lijkbezorging voor zichzelf, en twee derde heeft er geen bezwaar tegen als resomeren in Nederland wettelijk wordt toegestaan. Het merendeel van de Nederlandse bevolking staat dus niet afwijzend tegenover een eventuele introductie van resomeren als methode van lijkbezorging. 

Niet voor iedereen

Bepaalde groepen hebben een afwijzende houding ten opzichte van resomeren, veelal omdat men vanuit de eigen religie een duidelijke voorkeur heeft voor een andere vorm van lijkbezorging. Dit geldt met name voor protestantchristelijke groeperingen (hervormden en gereformeerden) en moslims. Het merendeel van deze tegenstanders heeft er echter geen bezwaar tegen als anderen wel voor resomeren kiezen.

Keuzevrijheid

Nederlanders hechten sterk aan de individuele keuzevrijheid waar het gaat om de keuze voor de best passende methode van lijkbezorging.

Kortom

Het rapport concludeert dan ook dat "een eventuele introductie van resomeren of een andere nieuwe uitvaartmethode niet zal leiden tot zwaarwegende bezwaren vanuit de samenleving. Zolang de eigen keuzevrijheid is gegarandeerd, heeft men er geen problemen mee als anderen voor een alternatieve vorm van lijkbezorging kiezen"


Resomeren is een nieuwe vorm van lijkbezorging. Het lichaam van de overledene wordt met behulp van kaliumhydroxide opgelost in water. Dat duurt ongeveer 3 à 4 uur en uiteindelijk blijft een waterige oplossing en een wit poeder over. 

De waterige oplossing wordt onttrokken aan de cilinder en wordt gezuiverd. 

Het witte poeder wordt in een urn gedaan en aan de nabestaanden gegeven. Het kan door hen worden bijgezet of verstrooid. In die zin lijkt resomeren op cremeren. Waar bij cremeren de kist echter veelal wordt meeverbrand, blijft die bij resomeren achter. Ook geldt bij resomeren dat de kleding van de overledene biologisch afbreekbaar moet zijn en dat er geen persoonlijke spullen aan de overledene meegegeven kunnen worden.

Metalen die in het lichaam aanwezig zijn, worden - net als bij cremeren - verzameld en de waarde van deze metalen kunnen verzilverd worden voor een goed doel.

In het onderzoek geeft 87 procent aan over de eigen uitvaart nagedacht te hebben. Van degenen die kiezen voor begraven zegt 63 procent dat die keuze helemaal vast staat, en nog eens 25 procent geeft aan dat de keuze "zo goed als vast" staat.  Van degenen die kiezen voor cremeren zijn deze percentages 51 respectievelijk 36 procent. 

Vier op de vijf Nederlanders kiezen voor de eigen uitvaart voor cremeren of begraven. Voor het merendeel van deze groep staat deze keuze (zo goed als) vast. Maar als de omstandigheden veranderen, overweegt een deel van deze groep een andere keuze te maken:

  • 54 procent, als begraven en cremeren in de toekomst te belastend worden voor het milieu;
  • 40 procent, als de traditionele vormen van lijkbezorging in de toekomst duurder worden;
  • 36 procent, als de lijkbezorging niet kan plaatsvinden op de gewenste locatie.

Twintig tot 25 procent overweegt in geen van deze situaties alternatieve vormen van lijkbezorging.

Nederlanders die begraven willen worden, zijn ook het minst geneigd om alternatieve vormen van lijkbezorging te overwegen. Mensen die na hun dood hun lichaam ter beschikking willen stellen aan de wetenschap zijn op dit punt het meest flexibel. Maar ook Nederlanders die de keuze aan hun nabestaanden laten, kiezen voor cremeren of nog niet weten welke vorm van lijkbezorging zij voor zichzelf kiezen, willen vaker alternatieve vormen van lijkbezorging overwegen bij veranderende omstandigheden, dan zij die begraven willen worden.

Ja, maar die rol is niet bij alle geloofsstromingen even sterk. Voor gereformeerden, moslims en hindoes is geloof het belangrijkste aspect in de keuze voor de lijkbezorgingsvorm. Voor katholieken en boeddhisten speelt het geloof een relatief kleine rol.

Andere redenen om voor begraven te kiezen zijn:

  • Gedenkplek voor nabestaanden.
  • Bijzetting bij eerder overleden partner / familiegraf.
  • Traditie.
  • Teruggeven van het lichaam aan de natuur.

Voornamelijk hindoes kiezen voor crematie vanuit geloofsovertuiging. Andere veelgenoemde redenen om te kiezen voor crematie zijn:

  • Nabestaanden ontzien.
  • Praktische aspecten: gemakkelijk, schoon, beter voor het milieu, ruimtebesparend, goedkoper dan begraven.
  • Begraven geen prettig idee vinden. 

Bijna een op de drie Nederlanders heeft geen bezwaren tegen het in Nederland introduceren van een nieuwe vorm van lijkbezorging. Ruim de helft geeft aan dat het al dan niet hebben van bezwaar sterk afhangt van de methode van lijkbezorging.

Zeven procent heeft wel bezwaar tegen een nieuwe vorm. Het betreft hier vrijwel alleen Nederlanders die zichzelf religieus noemen en bij een kerkelijk gezindte horen (met name moslims, hervormden en gereformeerden). Onder zelfbenoemd religieuzen zonder kerkelijk gezindte en onder Nederlanders die zich niet religieus noemen (en al dan niet spiritueel zijn) is er vrijwel geen bezwaar.

In het onderzoek gaf ruim vier op de vijf Nederlanders aan dat elke Nederlander vrij moet zijn om te kiezen tussen begraven, cremeren of een andere vorm van lijkbezorging. Men heeft geen bezwaar tegen andere vormen, zolang men zelf de vrijheid heeft om de eigen vorm van lijkbezorging te kiezen.

Wel vindt twee derde dat de overheid duidelijke grenzen moet stellen aan de vormen van lijkbezorging in ons land. Deze instemmende reactie is met name te vinden onder leden van de protestantse, hervormde en gereformeerde kerk.

Bijna twee vijfde vindt dat de overheid rekening moet houden met principiële bezwaren die religieuze groeperingen kunnen hebben tegen andere vormen van lijkbezorging. Het betreft hier met name religieuze en kerkelijke Nederlanders en 65-plussers. Een ongeveer even groot deel van de Nederlanders is het daar niet mee eens.

De keuzevrijheid heeft overigens meer draagvlak als de keuzemogelijkheden zijn afgebakend: op de stelling "elke Nederlander moet vrij zijn om te kiezen tussen begraven, cremeren of een andere vorm van lijkbezorging" antwoordde 84 procent bevestigend; op de stelling dat iedereen vrij moet zijn om te kiezen tussen begraven, cremeren of resomeren, antwoordde 91 procent bevestigend.

Op de vraag over hoe de overheid zich zou moeten opstellen tegenover nieuwe vormen van lijkbezorging geeft 52 procent van de Nederlanders aan dat de overheid een lijst moet maken van vormen van lijkbezorging die wettelijk zijn toegestaan. Uitvaartondernemingen mogen dan uitsluitend die vormen en technieken aanbieden en uitvoeren, die in de lijst zijn opgenomen. 

Van de Nederlanders vindt 40 procent het voldoende als de overheid uitgangspunten aangeeft waaraan de lijkbezorging moet voldoen. In deze situatie hebben uitvaartondernemingen de vrijheid om binnen die randvoorwaarden nieuwe vormen en technieken van lijkbezorging toe te passen. 

Op de stelling "het is goed dat er een alternatief komt voor de huidige vormen van lijkbezorging" antwoordde bijna de helft bevestigend. Welke gevoelens roept resomeren als dat alternatief op?

  • 39 procent: positief
    Resomeren wordt gezien het als een interessant, goed en milieuvriendelijk alternatief voor de huidige vormen van lijkbezorging.
  • 31 procent: deels positief, deels negatief
    Men ziet veel overeenkomsten met cremeren. Resomeren lijkt een milieuvriendelijke methode, die nog wat vreemd en onwennig, maar toch interessant is. Een deel vraagt zich af wat de meerwaarde van deze methode is.
  • 30 procent: negatief
    Resomeren roept weerzin op. Men vindt het een griezelig of luguber idee. Men vraagt zich af waarom het nodig is om deze methode van lijkbezorging te introduceren.

Argumenten waarmee resomeren wordt geassocieerd zijn: onnatuurlijk / chemisch (53%), milieuvriendelijk (49%), te klinisch / steriel (47%), innovatief (44%), zou ik nooit doen (43%), raar afscheid (42%), past bij me (38%), menswaardig (34%), enge methode (34%).

Ook hier speelt religiositeit een rol: hoe religieuzer men zichzelf beschouwt, hoe negatiever de houding ten aanzien van resomeren. Nederlanders die zichzelf niet tot een kerkelijke gezindte rekenen, zijn het meest positief over resomeren. Ook rooms-katholieken en boeddhisten staan relatief positief tegenover resomeren. Het meest negatief zijn gereformeerden, hervormden en moslims.

Van de Nederlanders heeft 66 procent er geen bezwaar tegen als resomeren in Nederland wettelijk wordt toegestaan, 12 procent heeft die bezwaren wel en 18 procent staat hier neutraal in.

Redenen die voor bezwaar tegen resomeren werden aangegeven waren:

  • Eigen religieuze overtuiging (39%)
  • Beschouwt de methode als afstotend (19%)
  • Geen zwaarwegende reden (17%)
  • Principiële bezwaren tegen resomeren (12%)
  • Overbodig om nieuwe vormen van lijkbezorging in Nederland te introduceren (10%)

Van de groep die bezwaar heeft tegen het wettelijk toestaan van resomeren geeft drie op de vijf aan het ondenkbaar te vinden dat resomeren onder bepaalde voorwaarden wél wordt toegestaan. Dertien procent vindt dat resomeren wel toegestaan mag worden als dit nadrukkelijk de keuze van de overledene is, bij besmettingsgevaar en als het resomeren wettelijk is vastgesteld.

Van de Nederlanders die geen bezwaar hebben tegen het wettelijk toestaan van resomeren noemt 22  procent een of meerder voorwaarden waarmee bij de eventuele introductie van resomeren rekening zou moeten worden gehouden:

  • Milieuaspecten
    Resomeren mag enkel worden toegestaan als het niet belastend is voor het milieu (of in ieder geval niet meer belastend dan de huidige vormen van lijkbezorging).
  • Eigen keuze van de overledene
    De overledene zou bij leven al te kennen hebben moeten geven voor deze vorm van lijkbezorging te kiezen.
  • Zorgvuldig geregeld en goed gecontroleerd
    Resomeren vraagt om zorgvuldige regelgeving en de procedure mag enkel door gecontroleerde en gekwalificeerde instellingen worden uitgevoerd. Men wil dezelfde voorwaarden of procedures zoals nu voor cremeren of begraven gelden. 
  • Om verdoezeling van misdaden te voorkomen, zou er een strikte controle moeten zijn op de aankoop en uitgifte van de materialen.
  • Verlies van onderzoeksmogelijkheid
    Net als bij cremeren is na resomeren geen onderzoek meer mogelijk op de overledene indien er verdachte omstandigheden rondom het overlijden aan het licht komen of wanneer de identiteit onbekend is. 

25 procent: Ja.
Als argumenten worden milieuoverwegingen en de kosten genoemd. Men vindt het belangrijk dat de eigen uitvaart het milieu zo min mogelijk belast. Ook gaat men ervan uit dat resomeren lagere kosten met zich meebrengt dan de andere lijkbezorgingsvormen; ook al is dit aspect in het onderzoek niet aan de orde gekomen. Resomeren wordt als goed alternatief voor cremeren gezien. Men is geïnteresseerd in resomeren en wil zich er verder in verdiepen.

60 procent: Nee.
Het meest genoemde argument is dat resomeren in strijd is met het geloof. Resomeren wordt gezien als een te klinische, onnatuurlijke methode van lijkbezorging die negatieve gevoelens oproept. Men vindt het ook een naar idee voor de nabestaanden. Daarnaast wordt aangegeven er niet voor te kiezen, omdat er nog te weinig over bekend is. 

Nederlanders vinden keuzevrijheid belangrijk: 88 procent heeft er geen bezwaar tegen als anderen kiezen voor resomeren. Daar staat tegenover dat maar 27 procent bekenden zou informeren over deze alternatieve vorm van lijkbezorging.

Als resomeren wettelijk wordt toegestaan, hebben bijna vier op de vijf Nederlanders er geen problemen mee wanneer iemand uit zijn of haar vrienden- of kennissenkring kiest voor resomeren. Voor ongeveer driekwart geldt dit ook wanneer een familielid daarvoor kiest. Als de eigen partner voor resomeren kiest, vindt maar de helft dat geen probleem; een kwart geeft aan daar moeite mee te hebben.

Het merendeel van de Nederlanders geeft aan de uitvaart van vrienden, familie of partner te bezoeken als gekozen is voor resomeren. Ongeveer een op de twintig geeft aan dat dan niet te doen. 

Gerelateerde items

Rapport draagvlak resomeren, februari 2017 (Ministerie BiZa)

Downloaden
  • Datum: 25-04-2017
  • Omschrijving: Het Ministerie van Binnenlandse Zaken publiceerde begin 2017 het draagvlakonderzoek naar alternatieve lijkbezorging zoals resomeren.
    De Tweede Kamer verzocht de minister van Binnenlandse Zaken een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar het maatschappelijk draagvlak voor het toestaan van alternatieve vormen van lijkbezorging zoals resomeren, naast begraven en cremeren. De uitkomsten van dit onderzoek zijn weergegeven in dit rapport.