Het lichaam na de dood: donatie, obductie, ter beschikking van de wetenschap, Hersenbank

U kunt na uw overlijden met uw lichaam of delen daarvan anderen helpen. Dat kan door het lichaam ter beschikking te stellen van de wetenschap of door uw hersenen te doneren voor wetenschappelijke doeleinden, maar ook door organen en/of weefsels af te staan aan mensen die daarmee kunnen doorleven.

Veel mensen vinden het een prettig idee wanneer hun lichaam na hun overlijden nog “ergens goed voor is”. Dat kan op verschillende manieren:

Wanneer u uw lichaam ter beschikking van de wetenschap stelt, of delen ervan doneert, heeft dat gevolgen voor het afscheid en de uitvaart. Hetzelfde geldt wanneer na het overlijden wordt besloten tot een obductie om de precieze doodsoorzaak te achterhalen. 

Orgaandonatie

Orgaandonatie is alleen mogelijk wanneer iemand in het ziekenhuis is overleden. Hoe de procedure voor orgaantransplantatie loopt, leest u op de website van de Nederlandse Transplantatie Stichting.

De overledene kan na orgaandonatie opgebaard worden, maar het duurt wat langer voordat met de verzorginggestart kan worden. U kunt de verzorging zelf doen, of laten doen. Wanneer u het zelf wilt doen, of daarbij betrokken wilt zijn, is het goed om dit af te stemmen met de intensive care-verpleegkundige of de transplantatiecoördinator.

De operatiewond is na het uitnemen van de organen zorgvuldig gehecht en met een pleister afgedekt. Met de juiste kleding aan (t-shirt of hooggesloten blouse) is er van de wond niets te zien. Wel kan de overledene door bloedverlies erg bleek zien. Dit is met make-up of thanatopraxie te verhelpen.

In deze brochure vindt u meer informatie over orgaandonatie.

Weefseldonatie

Weefseldonatie is (in tegenstelling tot orgaandonatie) ook mogelijk wanneer iemand thuis is overleden. Hoe de procedure voor weefseltransplantatie loopt, leest u op de website van de Nederlandse Transplantatie Stichting.

Na weefseldonatie kan de overledene opgebaard worden, maar het is niet mogelijk om de laatste verzorging zelf te doen. Als er huid is weggenomen, krijgt de overledene speciale onderkleding aan die de gewone kleding beschermt. Als er bot is weggenomen is het aan te raden de overledene op te baren in kleding met lange mouwen en een lange broek of rok.

In deze brochure vindt u meer informatie over weefseldonatie.

Ter beschikking stellen van de wetenschap

Bijvoorbeeld voor het onderwijs aan geneeskundestudenten of voor het ontwikkelen van nieuwe operatietechnieken door medisch specialisten zijn lichamen van overleden mensen nodig. Wie zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap wil stellen, kan daarvoor contact opnemen met een anatomisch instituut van een universiteit of met Rise Labs, momenteel in Nederland de enige private partij die op deze wijze onderzoek buiten de universiteiten ondersteunt. Hoe u uw lichaam ter beschikking van de wetenschap stelt, leest u hier.

Lichamen die door anatomische instituten voor de wetenschap worden gebruikt, worden in Nederland helemaal ontleed; het lichaam of resten daarvan worden niet teruggegeven aan de nabestaanden. Rise Labs zorgt voor crematie van overblijfselen van het lichaam en stelt de crematie-as na twee of drie maanden ter beschikking van de nabestaanden. 

Pas na het overlijden blijkt of het lichaam ook daadwerkelijk wordt geaccepteerd. Als dat het geval is, wordt het lichaam binnen 24 uur vervoerd naar een anatomisch instituut. Nabestaanden kunnen natuurlijk een afscheidsdienst organiseren, maar het is niet mogelijk dat het lichaam van de overledene daarbij aanwezig is. Uw BGNU-uitvaartverzorger kan u vertellen hoe dan invulling aan het afscheid gegeven kan worden.

Wie zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap stelt, is er niet zeker van dat het ook geaccepteerd wordt. Het is daarom belangrijk om na te denken over de wensen voor een uitvaart, mocht het lichaam niet geaccepteerd worden.

In het geval dat een lichaam zowel als donor is geregistreerd, als dat het ter beschikking van de wetenschap is gesteld, krijgt orgaan- en weefseldonatie altijd voorrang. Soms wordt het lichaam na de donatieprocedure alsnog voor de wetenschap gebruikt.

Hersenen doneren aan de Nederlandse Hersenbank

Het doel van de Nederlandse Hersenbank (NHB) is bijdragen aan het vinden van oorzaken en oplossingen voor neurologische en psychiatrische hersenziekten. Om dat te kunnen doen, is het nodig om menselijk hersenweefsel te onderzoeken: waar wijken de hersenen van mensen met neurologische of psychiatrische ziekten af van de hersenen van mensen die die ziekte niet hebben?

Voor dat onderzoek zijn hersenen van overledenen nodig; van gezonde mensen en van mensen met dergelijke ziekten. Hersenen van gezonde donoren worden vrijwel altijd geaccepteerd: voor ieder onderzoek naar hersenafwijkingen is het nodig om de vergelijking met een gezond persoon te kunnen maken. Hersenen van mensen met een neurologische of psychiatrische ziekte worden geaccepteerd als daar vanuit de wetenschap vraag naar is. Wie hersenen wil doneren voor wetenschappelijk onderzoek moet zich  registeren bij de Nederlandse Hersenbank.

Wanneer iemand die als hersendonor is geregistreerd, overlijdt, moet de obductie zo snel mogelijk plaatsvinden. Het is daarom belangrijk om de Nederlandse Hersenbank zo snel mogelijk te waarschuwen. De Hersenbank zorgt er dan voor dat de overledene direct naar het VUmc in Amsterdam wordt vervoerd, waar de obductie plaatsvindt. De kosten van het vervoer en de obductie komen voor rekening van de Nederlandse Hersenbank.

Doordat eerst de obductie in Amsterdam moet plaatsvinden, duurt het wat langer voordat de overledene verzorgd kan worden. Na de obductie is nazorg noodzakelijk en blijft de overledene minstens 8 uur in het VUmc. Daarna kan de verzorging en het kleden van de overledene plaatsvinden. U overlegt met uw uitvaartverzorger waar dat gebeurt.

Het is mogelijk om de overledene na de hersendonatie op te baren. Na de obductie is er een litteken zichtbaar, laag over het achterhoofd, van oor tot oor.

Meer over de werkwijze bij hersendonatie leest u op de website van de Nederlandse Hersenbank.

Obductie

Soms is het belangrijk om extra goed te onderzoeken waaraan iemand precies is overleden. Als iemand onverwacht is overleden, kan het voor de familie belangrijk zijn om te weten of daar een erfelijke ziekte aan ten grondslag lag. Als iemand ziek was, kan het voor artsen belangrijk zijn om zekerheid te krijgen over hun diagnose.

Om dat te achterhalen kan obductie plaatsvinden. Obductie vindt altijd in een ziekenhuis plaats en wordt uitgevoerd door een klinisch patholoog. Vindt de obductie plaats op verzoek van nabestaanden, dan komen de kosten voor hun rekening. Dat is niet het geval als een arts om obductie verzoekt. Als voor obductie transport naar een ziekenhuishuis nodig is, komen de transportkosten soms voor rekening van de nabestaanden.

Van de obductie is bij de opbaring van de overledene meestal niets te zien. Alleen als de overledene geen of weinig haar had en er heeft een schedelobductie plaatsgevonden, is dat zichtbaar. Door de obductie kan de overledene bleek zien. Dat is te verhelpen met make-up of door thanatopraxie toe te passen.